Eiser diende op 9 september 2020 een asielaanvraag in. Na doorlopen van de Dublinprocedure en instroom in de nationale procedure op 17 november 2020, werd de aanvraag op 14 april 2021 afgewezen. Deze beschikking werd op 18 mei 2021 ingetrokken. De wettelijke beslistermijn van zes maanden liep uiterlijk op 17 mei 2021 af, maar verweerder nam geen besluit.
Eiser stelde verweerder op 24 december 2021 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens op 10 januari 2022 beroep in wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden zonder besluit.
De rechtbank legt een termijn op waarbij verweerder binnen acht weken na verzending van de uitspraak een aanvullend gehoor moet houden en binnen twee weken daarna een besluit moet nemen, in totaal uiterlijk tien weken na uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
De rechtbank benadrukt dat de termijn zorgvuldig moet zijn en verwijst naar het 8+8-weken model van de Afdeling bestuursrechtspraak, maar past dit aan gezien de reeds verstreken tijd. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier M.Ch. Grazell en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.