ECLI:NL:RBDHA:2022:2314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU
Verzoeker heeft op 8 oktober 2020 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document waaruit blijkt dat hij een afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek op 14 juni 2021 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 15 oktober 2021 ongegrond verklaard.
Tegen het bestreden besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, dat op 2 februari 2022 ter zitting is behandeld. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangehouden.
Bij uitspraak van 14 maart 2022 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is in het openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.