Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 1 februari 2022.
Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL22.556) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Wel werd de verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand, vastgesteld op € 1.518,00.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.C. Verra op 8 februari 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.