ECLI:NL:RBDHA:2022:2321
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, maar verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder stuurde een overnameverzoek naar Spanje, waarop niet tijdig werd gereageerd, waardoor het claimakkoord kwam vast te staan.
Tijdens de zitting op 1 februari 2022 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, zonder bericht van verhindering. De rechtbank overweegt dat wanneer een asielzoeker in Nederland een aanvraag doet en vervolgens met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit wordt ondersteund door jurisprudentie van de Raad van State.
Uit het dossier blijkt dat eiser sinds 14 oktober 2021 met onbekende bestemming is vertrokken en er geen contact meer is met zijn gemachtigde. Verweerder concludeert dat hierdoor geen procesbelang meer bestaat. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken van procesbelang.