Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van circa €222.017,68 verdeeld over elf schuldeisers. Hij heeft een saneringsakkoord voorgesteld waarbij preferente schuldeisers 4% en concurrente schuldeisers 2% van hun vorderingen ontvangen, tegen kwijtschelding van het restant. Niet alle schuldeisers gingen hiermee akkoord, waaronder ABN AMRO, [Verweerder 2], DSW en Sixt.
Verzoeker vroeg de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen zodat schuldeisers gedwongen worden mee te werken aan het akkoord. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is dat het minnelijk traject correct is uitgevoerd, mede doordat er onduidelijkheden zijn over de schuldenlast en de vorderingen van schuldeisers hoger zijn dan in het voorstel opgenomen. Ook is de afloscapaciteit van verzoeker in het voorstel te laag ingeschat.
Daarnaast is de belangenafweging, waarbij de rechtbank moet vaststellen dat het onredelijk is dat schuldeisers weigeren in te stemmen, onvoldoende gemotiveerd door verzoeker. Hierdoor wordt het verzoek afgewezen. Het verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is ingetrokken na afwijzing van het dwangakkoord.