Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Inleiding: waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 27 juli 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- het tussenvonnis van 23 juni 2021, waarbij een mondeling behandeling is gelast;
- de akte vermeerdering van eis tevens akte overlegging nadere producties van [eiser], met producties;
- de antwoordakte eisvermeerdering tevens akte overlegging producties van [gedaagde];
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 november 2021.
3.De feiten
verklaring voorwaarden koopovereenkomst (aandeel in) registergoederen”(hierna: de aanvullende overeenkomst). In artikel 3 van Pro de aanvullende overeenkomst is onder meer bepaald dat de akte van levering zal worden ondertekend op 30 oktober 2019, danwel zo spoedig mogelijk daarna. Artikel 10 luidt Pro, voor zover nu van belang, als volgt:
van de koopprijs verbeurt; of
4.Het geschil
in conventie
€ 2.080.000 door [eiser] middels storting bij de notaris waar de leveringsakte zal passeren, binnen veertien dagen na het vonnis medewerking te verlenen aan de levering van de helft van het aandeel in de onder 2.2 bedoelde registergoederen:
€ 12.941 terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
5.De beoordeling
niet meer verder te willen”, dat het “
een gevoelskwestie” is en dat hij en aanspraak maakte op de contractuele boete.
“Daarbij geef ik uw cliënt in overweging om de panden te laten taxeren en te verdelen als gevolg van de slechte verhoudingen”. Hieruit maakt de rechtbank op dat [eiser] nog steeds niet van gedachten was veranderd.
€ 1.639 aan griffierecht en € 8.035 aan salaris advocaat (2½ punten à € 3.214 per punt, volgens tarief VII), te vermeerderen met volgens het liquidatietarief te begroten nakosten en de gevorderde wettelijke rente.