Eiser, eigenaar van een appartement in een rijksmonument, vroeg subsidie aan voor instandhoudingskosten op grond van de Woonhuisregeling. Verweerder wees het grootste deel van de kosten af, waaronder die voor liftonderhoud, cv-installatie, tuinonderhoud en huismeester, op basis van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten.
Eiser betwistte de toepassing en motivering van de Leidraad en stelde dat de liften en cv-installatie nog origineel zijn en daarom subsidiabel. De rechtbank voerde een exceptieve toets uit en oordeelde dat de Leidraad als algemeen verbindend voorschrift rechtmatig is, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de liften en cv-installatie geen monumentale waarde hebben.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.