ECLI:NL:RBDHA:2022:236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 november 2021 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 16 december 2021 behandeld. Verzoeker is verschenen met zijn gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter heeft het beroep in de gerelateerde zaak ongegrond verklaard en wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 12 januari 2022 in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.