ECLI:NL:RBDHA:2022:2360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken van gemotiveerde bezwaarsgronden bij urgentieverklaring
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft eiseres bezwaar gemaakt, maar heeft nagelaten haar bezwaarsgronden voldoende concreet en gemotiveerd aan te vullen ondanks meerdere verzoeken daartoe.
Het college heeft het bezwaar daarop niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing, stellende dat haar bezwaar wel degelijk twee concrete gronden bevatte en dat een summiere motivering voldoende is volgens vaste rechtspraak.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit deugdelijk is gemotiveerd en dat eiseres onvoldoende heeft toegelicht waarom het woonprobleem niet aan haar te wijten is en waarom de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. Het enkel noemen van gronden zonder nadere motivering voldoet niet aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro.
Omdat eiseres de gelegenheid heeft gehad om haar bezwaar te motiveren en op de hoogte was van de gevolgen van het ontbreken daarvan, is het college terecht tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar gekomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van voldoende gemotiveerde bezwaarsgronden.