ECLI:NL:RBDHA:2022:2376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Senegalese verzoeker
Verzoeker, met de Senegalese nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 8 september 2021. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een andere zaak (NL21.14386) op zitting op 17 februari 2022. Op dezelfde dag als deze uitspraak is in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig werd geacht.
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanleiding is om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wijst het verzoek af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.