ECLI:NL:RBDHA:2022:2378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was op 16 februari 2022 opgeheven, waarna de rechtbank het onderzoek ter zitting achterwege liet.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was geweest en of eiser recht had op schadevergoeding. Uit eerdere uitspraak bleek dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek op 9 februari 2022 rechtmatig was. Sindsdien was onvoldoende gebleken van onrechtmatigheid.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door het besluit tot opheffing niet tijdig toe te voegen en niet uit te reiken, en dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het uitvoeren van een openstaand strafrechtelijk vonnis. De rechtbank oordeelde dat het besluit alsnog was toegevoegd en dat er geen aanwijzingen waren voor ontoelaatbare vertraging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.