ECLI:NL:RBDHA:2022:2431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiser, sinds 2010 arbeidsongeschikt door medische klachten waaronder operaties aan de rechterarm en de ziekte van Ménière, ontving een WIA-uitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd het arbeidsongeschiktheidspercentage verlaagd naar 33,17%, waarna de WIA-uitkering per 26 december 2020 werd beëindigd.
Eiser voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, met name in handgebruik en sociaal functioneren, niet juist waren ingeschat. De rechtbank oordeelde echter dat de rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zorgvuldig en begrijpelijk waren, en dat de medische beperkingen adequaat waren verwerkt in de functionele mogelijkhedenlijst.
Ook de door de arbeidsdeskundige geduide functies werden als passend beschouwd, waarbij de rechtbank het standpunt van eiser dat hij bepaalde functies niet kon uitvoeren wegens fysieke beperkingen en de ziekte van Ménière verwierp. De rechtbank zag geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.