ECLI:NL:RBDHA:2022:2432
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhaving correctierecht op medisch dossier volgens AVG
Eiser verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhavend op te treden tegen het Radboud Universitair Medisch Centrum (R) vanwege vermeende onjuiste en niet relevante persoonsgegevens in zijn medisch dossier. De AP wees de klacht af en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het correctierecht uit artikel 16 AVG Pro niet ziet op meningen, indrukken of conclusies in een medisch dossier, maar alleen op feitelijke gegevens die eenvoudig en objectief onjuist zijn. De door eiser aangedragen voorbeelden betroffen persoonlijke herinneringen en medische beoordelingen die niet eenvoudig objectief vast te stellen onjuist waren.
De rechtbank vond dat de AP de klacht zorgvuldig had onderzocht en dat eiser onvoldoende concreet en onderbouwd had gemaakt dat sprake was van onjuiste persoonsgegevens. Het verzoek om rectificatie kon daarom niet worden ingewilligd. Tevens werd erkend dat eiser een verklaring aan zijn dossier kan toevoegen om zijn standpunten kenbaar te maken.
De rechtbank zag geen sprake van vooringenomenheid of motiveringsgebrek bij de AP en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van handhaving op grond van het correctierecht in het medisch dossier wordt ongegrond verklaard.