Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de rechtbank Den Haag op 18 maart 2022 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het beroep is ingesteld door P. van Veen namens eiser, zonder dat een schriftelijke machtiging is overgelegd.
De rechtbank heeft eiser en gemachtigde in de gelegenheid gesteld het ontbreken van de machtiging binnen vier weken te herstellen. Deze termijn is verstreken zonder dat een schriftelijke machtiging is ingediend. Telefonisch is bevestigd dat geen machtiging kan worden overgelegd.
Gezien het ontbreken van de vereiste schriftelijke machtiging en het feit dat de gemachtigde niet binnen de gestelde termijn het verzuim heeft hersteld, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er zijn geen proceskosten toegekend. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het niet herstellen van dit verzuim.