Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[Naam], eiser V-nummer: [Nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Verzoek tot aanhouding
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse staatsburger, verzocht asiel op grond van zijn afwending van de islam en bekering tot het christendom. Hij stelde dat hij in Iran gevaar liep vanwege zijn deelname aan huiskerkbijeenkomsten en zijn geloofsovertuiging. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees het asielverzoek af omdat de bekering niet geloofwaardig werd geacht en er geen aannemelijk risico op vervolging bij terugkeer was.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de geloofwaardigheid van de bekering onvoldoende was onderbouwd. Eiser kon geen overtuigende persoonlijke motivatie, kennis van het christendom of betekenis van zijn geloofsactiviteiten aantonen. Ook ontbraken bewijsstukken over arrestaties of vervolging door Iraanse autoriteiten. De rechtbank verwierp het verzoek tot aanhouding van de procedure in afwachting van andere uitspraken.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen aannemelijk risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Hoewel afvalligen van de islam als risicogroep worden beschouwd, was niet gebleken dat eiser zijn afvalligheid actief zou uitdragen of dat de autoriteiten van zijn geloofsovertuiging op de hoogte zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook de proceskostenveroordeling af en verwees naar het algemeen ambtsbericht inzake Iran, waarin staat dat illegale uitreis doorgaans leidt tot boetes en niet tot strafrechtelijke vervolging wegens geloofsafwijking. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh en griffier N.M.L. van der Kammen op 14 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering tot het christendom wordt ongegrond verklaard.