Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam 1], eiser, V-nummer: [Nummer]
[Naam 3],
[Naam 3]en
[Naam 5]
Rechtbank Den Haag
Eisers, houders van de Jordaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten waarbij de staatssecretaris een vrijheidsbeperkende maatregel oplegde, die hen verplicht om te verblijven in een gezinslocatie. Deze maatregel volgde op het beëindigen van hun recht op reguliere opvang na afwijzing van hun asielaanvragen en ongegrondverklaring van eerdere beroepen.
Eisers voerden aan dat de maatregel voortijdig was opgelegd en dat onvoldoende was aangetoond dat zij niet meewerkten aan het vertrektraject. Tevens stelden zij dat onvoldoende rekening was gehouden met het belang van hun minderjarige kinderen. Verweerder stelde dat de reguliere opvang van rechtswege was geëindigd en dat eisers onvoldoende meewerkten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep zich richt tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, maar dat eisers daarmee niet kunnen bereiken dat de beëindiging van de reguliere opvang wordt teruggedraaid. Omdat de maatregel voorkomt dat eisers op straat komen te staan, achtte de rechtbank verblijf in de gezinslocatie een gunstigere positie dan geen opvang. Ook werd meegewogen dat de locatie kindvriendelijk is en dat ontheffing kan worden aangevraagd voor noodzakelijke voorzieningen buiten de gemeente.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen procesbelang aanwezig is en verklaarde zij de beroepen niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De beroepen tegen de vrijheidsbeperkende maatregel worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.