Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:2480

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2022
Publicatiedatum
22 maart 2022
Zaaknummer
C/09/603203 / FA RK 20-8420
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 RWNArt. 10 RWN
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding behandeling adoptieverzoek en vaststelling Nederlanderschap wegens ontbrekende betrokkenheid IND

Verzoekers hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot adoptie en vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van verzoekster. De rechtbank heeft kennisgenomen van diverse schriftelijke stukken en heeft de zaak op 17 februari 2022 behandeld tijdens een videozitting waarbij verzoekers en de ambtenaar van de burgerlijke stand digitaal aanwezig waren.

De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft geen bezwaar tegen inschrijving van de buitenlandse geboorteakte, mits de originele gelegaliseerde akte met vertaling wordt overgelegd, maar stelt zich niet op als belanghebbende bij het adoptie- en nationaliteitsverzoek. De rechtbank constateert dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet tijdig bij de procedure is betrokken, terwijl dit wel vereist is voor het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 RWN Pro.

Daarom besluit de rechtbank de verdere behandeling van de verzoeken aan te houden en de IND uit te nodigen binnen vier weken een schriftelijk standpunt in te nemen over het verzoek, met name over het bezit van staat en de mogelijke toepassing van artikel 10 RWN Pro. Verzoekers krijgen vervolgens de gelegenheid om hierop schriftelijk te reageren, waarna de IND nog een laatste reactie mag geven. De rechtbank zal daarna bepalen of de zaak op de stukken kan worden afgedaan of dat een nadere mondelinge behandeling nodig is.

Uitkomst: De behandeling van het adoptie- en nationaliteitsverzoek wordt aangehouden om de IND de gelegenheid te geven schriftelijk te reageren.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 20-8420
Zaaknummer: C/09/603203
Datum beschikking: 17 maart 2022

Adoptie en inschrijving geboorteakte

Beschikking op het op 18 november 2020 ingekomen verzoekschrift van:

[Y] ,

verzoeker,
wonende te [woonplaats 1] , Canada,
en
[X] ,
verzoekster,
ten tijde van indiening van het verzoekschrift wonende te [woonplaats 2]
samen: verzoekers,
advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen.
Als belanghebbende ten aanzien van de vaststelling geboortegegevens/inschrijving van de geboorteakte wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.
Als belanghebbende ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
zetelende te ’s-Gravenhage,
hierna: de IND.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 22 januari 2021 met bijlage van verzoekers;
  • het bericht van 29 maart 2021 van de ambtenaar;
  • het bericht van 8 april 2021 met bijlagen van verzoekers;
  • het bericht van 13 april 2021 met bijlage van verzoekers;
  • het bericht van 20 mei 2021 met bijlage van verzoekers;
  • het bericht van 8 juni 2021 met bijlagen van verzoekers;
  • het bericht van 13 augustus 2021 van de ambtenaar;
  • het bericht van 23 december 2021 van verzoekers.
Op 17 februari 2022 is de zaak op de videozitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn digitaal verschenen: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, en namens de ambtenaar [naam ambtenaar 1] en [naam ambtenaar 2]

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:
- de adoptie door verzoeker uitspreekt van verzoekster;
  • verstaat dat verzoekster de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam Y] ” zal krijgen;
  • vaststelt dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft,
kosten rechtens.

Verweer van de ambtenaar

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen inschrijving van de buitenlandse geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand, indien verzoekers de originele en gelegaliseerde geboorteakte met vertaling in het geding brengen.
De ambtenaar is geen belanghebbende ten aanzien van de verzoeken tot adoptie en vaststelling van de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

De rechtbank overweegt dat het in deze zaak niet enkel gaat om het uitspreken van de Nederlandse adoptie van verzoekster door verzoeker, maar ook om de (vaststelling van de) Nederlandse nationaliteit van verzoekster. Dit verzoek is gestoeld op artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Dat artikel bepaalt, voor zover hier van belang, dat een ieder die daarbij een onmiddellijk belang heeft, bij de rechtbank Den Haag een verzoek kan indienen tot vaststelling van zijn Nederlanderschap. Op de zitting is besproken dat de rechtbank helaas niet tijdig voor de zitting heeft geconstateerd dat de IND niet in de procedure is betrokken. Daarom zal de rechtbank de verdere behandeling van de verzoeken aanhouden om de IND in de gelegenheid te stellen uiterlijk binnen vier weken een schriftelijk standpunt in te nemen met betrekking tot het verzoek ex artikel 17 RWN Pro. Op de zitting is namens verzoekers aangegeven een beroep op bezit van staat te doen en door de ambtenaar is gewezen op de mogelijke toepassing van artikel 10 RWN Pro. Aan de IND wordt verzocht om over het bezit van staat en artikel 10 RWN Pro in het schriftelijk verweer een standpunt in te nemen. Verzoekers zullen, na ontvangst hiervan, in de gelegenheid worden gesteld kort te reageren. De IND zal op een eventuele reactie van verzoekers nog kort mogen reageren.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, het proces-verbaal en de beschikking aan de IND zal toesturen;
bepaalt dat de IND
uiterlijk op 1 april 2022de rechtbank van dit standpunt zal voorzien, met afschrift aan verzoekers;
bepaalt dat verzoekers
uiterlijk op 1 mei 2022, voor zover daarop wordt prijs gesteld, kort schriftelijk mogen reageren op het standpunt van de IND;
bepaalt dat de IND desgewenst op laatstgenoemde reactie van verzoekers
uiterlijk op 1 juni 2022kort schriftelijk mag reageren;
bepaalt dat de behandeling van de verzoeken wordt aangehouden tot
1 juni 2022 pro formain afwachting van het schriftelijk standpunt van de IND;
bepaalt dat de rechtbank hierna zal beslissen of de zaak op de stukken zal worden afgedaan of dat een nadere mondelinge behandeling nodig is;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. Alt-van Endt, J.T.W. van Ravenstein en A.M.M. Vingerling, rechters, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 maart 2022.