ECLI:NL:RBDHA:2022:2518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging verblijfsvergunning arbeid na administratieve wijziging werkgever
Eiser, een Turkse werknemer, had een verblijfsvergunning als familielid en vroeg om wijziging naar arbeid in loondienst op grond van Besluit 1/80. De staatssecretaris wees dit af omdat eiser niet één jaar bij dezelfde werkgever zou hebben gewerkt. Eiser werkte echter achtereenvolgens bij twee dochterondernemingen van dezelfde moedermaatschappij, wat volgens hem dezelfde werkgever betrof.
De rechtbank oordeelde dat de aanvullende gronden van bezwaar van eiser ten onrechte niet waren meegenomen in het bestreden besluit en dat de staatssecretaris had moeten besluiten op deze gronden. Verder stelde de rechtbank vast dat er sprake was van een administratieve wijziging en feitelijk dezelfde werkgever, gezien de continuïteit in werkzaamheden, leiding en loonstrookgegevens.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.