Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
: [derde-partij], te [woonplaats] , vergunninghouder.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dakopbouw op een woning. Het primaire besluit werd op 18 februari 2021 genomen en het bezwaar van eiser werd op 29 oktober 2021 ongegrond verklaard. Eiser vordert vernietiging van het besluit en stelt onder meer dat de dakopbouw leidt tot verlies van zonlicht, privacy-inbreuk en waardevermindering van zijn woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vergunninghouder bevoegd was om af te wijken van het bestemmingsplan op grond van de kruimelgevallenregeling, ondanks dat de bouwhoogte met 2 meter wordt overschreden. Stedenbouwkundig en ruimtelijk gezien zijn er geen bezwaren, de schaduwwerking is gering en voldoet aan de TNO-norm, en er is geen onevenredige aantasting van de privacy. Het alternatief van eiser om de dakopbouw verder terug te plaatsen leidt tot een onacceptabele afname van het vloeroppervlak.
De rechter wijst het beroep af omdat het bestreden besluit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de omgevingsvergunning terecht is verleend. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.