ECLI:NL:RBDHA:2022:2541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing aanvullende Tozo-uitkering voor levensonderhoud
Eiseres, een zelfstandig ondernemer in de thuiszorg, ontving in juni 2020 een voorschotlening op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Haar aanvraag voor een aanvullende uitkering voor levensonderhoud over de periode maart tot en met mei 2020 werd aanvankelijk afgewezen, waarna zij het voorschot moest terugbetalen. Na intrekking van het eerste besluit werd alsnog een gift toegekend, maar verweerder hield een deel in ter aflossing van het voorschot.
Eiseres stelde dat bepaalde betalingen die verweerder als inkomsten had meegeteld, betrekking hadden op werkzaamheden van vóór maart 2020. Verweerder vroeg om bewijs, maar eiseres leverde geen facturen aan. Ook gaf zij geen tijdige, onderbouwde opgave van gemaakte kosten, ondanks daartoe gestelde termijnen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de inkomsten heeft meegeteld en dat het ontbreken van onderbouwing van kosten betekent dat ook die grond faalt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvullende Tozo-uitkering wordt ongegrond verklaard.