ECLI:NL:RBDHA:2022:2553
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omgevingsvergunning bouwplan Den Haag wegens ontbreken spoedeisend belang
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 december 2021 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 548 appartementen met commerciële ruimte en een parkeergarage, inclusief het maken van een in- of uitrit. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en concludeerde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er onverwijlde spoed is. Verweerder gaf aan dat de grondoverdracht pas in augustus/september zou plaatsvinden, waardoor geen spoedeisend belang aanwezig is.
Verzoeker bracht naar voren dat vanwege het bouwplan een waterleiding verlegd moet worden en hiervoor bomen gekapt moeten worden, maar dit betrof geen spoedeisend belang in relatie tot de omgevingsvergunning voor het bouwplan zelf. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D.R. van der Meer op 22 maart 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.