ECLI:NL:RBDHA:2022:2582
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen opname DNA-profiel minderjarige veroordeelde gegrond verklaard
De veroordeelde, destijds 13 jaar oud, werd in 2005 veroordeeld voor het verspreiden van seksuele afbeeldingen, heling en mishandeling. In 2020 werd de afname van celmateriaal bevolen voor DNA-onderzoek, wat in 2021 plaatsvond. De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, stellende dat het lange tijdsverloop en de aard van het misdrijf dit niet rechtvaardigen.
De raadsvrouw voerde aan dat het ging om digitaal materiaal waarbij DNA-onderzoek geen toegevoegde waarde heeft en benadrukte de jeugdige leeftijd en het ontbreken van recidive. De officier van justitie stelde dat DNA wel degelijk relevant kan zijn bij dergelijke feiten en dat het tijdsverloop op zichzelf onvoldoende is om het bezwaar te honoreren.
De rechtbank oordeelde dat hoewel DNA een rol kan spelen bij opsporing van de gepleegde feiten, in dit specifieke geval bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De veroordeelde was zeer jong ten tijde van het feit, er is een groot tijdsverloop van 17 jaar en sindsdien geen recidive. Hierdoor is het recidivegevaar minimaal en is het bezwaar gegrond verklaard. De officier van justitie wordt opgedragen het celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal moet worden vernietigd.