ECLI:NL:RBDHA:2022:2658
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 februari 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen, maar de gemachtigde van verweerder wel.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL22.77) op diezelfde dag is behandeld en een voorlopige voorziening daarom niet meer noodzakelijk is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.