ECLI:NL:RBDHA:2022:2661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvolledige beoordeling mvv-vereiste
Eiser, een Chinese nationaliteit houdende persoon die sinds 2011 legaal in Nederland verblijft, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige acupuncturist. De Staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) passend bij het verblijfsdoel, zonder toepassing van een vrijstelling.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris in het bestreden besluit niet alle relevante persoonlijke feiten en omstandigheden in samenhang heeft beoordeeld, waaronder het legale verblijf sinds 2011, eerdere verblijfsvergunningen, een gerechtshofarrest over oplichting, bijzondere vakbekwaamheid van eiser en de impact van de coronapandemie op reizen.
Daarnaast is de hoorplicht in de bezwaarprocedure geschonden, aangezien het horen van eiser essentieel was en niet zonder meer kon worden achterwege gelaten. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 7:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en draagt de Staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tevens in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.