ECLI:NL:RBDHA:2022:2681
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als ongegrond en vertrektermijn vastgesteld na beoordeling identiteit en bedreiging
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vreesde vanwege een dreiging van zijn zwager, een militair, voor zijn veiligheid bij terugkeer naar Algerije. Verweerder wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond wegens vermeende kwade trouw bij het achterlaten van een paspoort, waardoor eiser ook een vertrektermijn werd onthouden.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas onvoldoende zwaarwegend was om te spreken van vervolging of een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Wel was het onterecht om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen en de vertrektermijn te onthouden, omdat de identiteit van eiser voldoende was vastgesteld op basis van EU-visgegevens en een kopie van het paspoort.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de afwijzing als kennelijk ongegrond betrof, wees de asielaanvraag af als ongegrond en stelde een vertrektermijn van vier weken vast. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de afwijzing als kennelijk ongegrond, wijst de asielaanvraag af als ongegrond en stelt een vertrektermijn van vier weken vast.