ECLI:NL:RBDHA:2022:2701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging terugkeerbesluit op grond van uitsluitingsclausule 1(F) VlV
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende man, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die steeds zijn afgewezen op basis van artikel 1(F) van het VlV, waarbij hij wordt beschouwd als betrokken bij mensenrechtenschendingen. Na zijn uitzetting in 2016 keerde hij terug naar Nederland en diende opnieuw een asielaanvraag in die door verweerder als kennelijk ongegrond werd afgewezen en vergezeld ging van een terugkeerbesluit.
Eiser betwist de betrouwbaarheid van het ambtsbericht van 29 februari 2000, waarop verweerder zich baseert, en overlegt een document van de Afghaanse Nationale Veiligheidsdienst waaruit zou blijken dat hij geen mensenrechtenschendingen heeft gepleegd. De rechtbank oordeelt dat het ambtsbericht zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het ingebrachte document niet authentiek kan worden vastgesteld. De rechtbank volgt verweerder in het oordeel dat het ambtsbericht als grondslag mag dienen.
De rechtbank erkent de geloofwaardigheid van de bekering van eiser tot het christendom en het daarmee gepaard gaande risico op vervolging in Afghanistan, waardoor gedwongen uitzetting wordt uitgesloten. Niettemin acht de rechtbank de asielaanvraag kennelijk ongegrond en bevestigt het terugkeerbesluit, waarbij eiser wordt verplicht Nederland vrijwillig te verlaten. De familiegerelateerde argumenten van eiser leiden niet tot het achterwege laten van het terugkeerbesluit.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit.