ECLI:NL:RBDHA:2022:2718
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot aansluiting nieuw verworven locaties onder bestaande gasleveringsovereenkomst
SFN, een dienstverlener in de sport- en recreatiebranche, vorderde in kort geding dat Total de 29 locaties die zij van Laco International had overgenomen, onder de bestaande gasleveringsovereenkomst zou aansluiten tegen de overeengekomen gasprijs. Total weigerde dit vanwege de sterke prijsstijgingen en beriep zich op gewijzigde omstandigheden en de noodzaak tot aanpassing van de overeenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat SFN onvoldoende spoedeisend belang had omdat de locaties nog van gas werden voorzien via een andere leverancier en SFN onvoldoende had onderbouwd dat zij financieel niet in staat zou zijn de hogere marktprijzen te betalen gedurende een bodemprocedure. Daarnaast was er een aanzienlijk restitutierisico bij toewijzing.
Inhoudelijk stelde Total dat de Laco-entiteiten niet onder de oorspronkelijke offerteaanvraag en overeenkomst vielen en dat het toevoegen van deze locaties niet onder de mutatiebandbreedte viel. De uitleg van de overeenkomst en de beoordeling van deze geschilpunten vereisten nader feitenonderzoek en bewijslevering, wat niet in kort geding kon plaatsvinden.
De vordering van SFN werd daarom afgewezen met veroordeling in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventionele vordering van Total werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat de voorwaarde niet was vervuld. De uitspraak benadrukt het belang van een bodemprocedure voor complexe contractuele geschillen en het wegen van spoedeisend belang en restitutierisico.
Uitkomst: De vordering van SFN tot aansluiting van nieuw verworven locaties onder de bestaande gasleveringsovereenkomst wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en noodzaak van nader feitenonderzoek.