Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Randstad Groep Nederland B.V., gevestigd te Diemen,
(gemachtigde: J. Koenderink).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin hem een loongerelateerde WGA-uitkering is toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 48,25%. De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de rapporten van de verzekeringsartsen beoordeeld en vastgesteld dat deze zorgvuldig zijn opgesteld, niet tegenstrijdig zijn en begrijpelijk. Eiser stelde dat de rapporten feitelijke onjuistheden bevatten en dat hij zowel lichamelijk als psychisch volledig arbeidsongeschikt is, maar kon dit niet voldoende onderbouwen met medische stukken.
De rechtbank heeft ook rekening gehouden met een latere WIA-beoordeling waarin eiser volledig arbeidsongeschikt werd verklaard, maar oordeelde dat deze beoordeling onvoldoende aanleiding gaf om het eerdere standpunt te herzien. De beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden onderschreven. De rechtbank concludeerde dat eiser geschikt is voor de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies en dat het beroep ongegrond is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 18 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard.