ECLI:NL:RBDHA:2022:2787
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen over machtiging voorlopig verblijf
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Tijdens de procedure heeft verweerder alsnog een beslissing genomen, waardoor verzoekers hun beroep hebben ingetrokken en om vergoeding van proceskosten hebben verzocht.
De rechtbank heeft op verzoek van verweerder zonder zitting uitspraak gedaan. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan proceskosten toewijzen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekers is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen en dat het verzoek om vergoeding van proceskosten van €379,50 gegrond is. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van deze kosten, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €379,50 na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit.