AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toepassing hardheidsclausule bij toelating wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks belastingschulden
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Verzoeker deed een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 vanPro de Faillissementswet vanwege belastingschulden die in 2016 en 2017 zijn ontstaan. De rechtbank constateerde dat verzoeker mogelijk niet volledig te goeder trouw was bij het ontstaan van deze schulden, omdat zijn ex-partner de administratie had verwijderd, wat leidde tot ambtshalve aanslagen en boetes.
Verzoeker gaf aan dat hij door een ernstige ziekte van zijn dochter langere tijd in het buitenland verbleef, waardoor hij zijn zakelijke activiteiten verwaarloosde. Dit resulteerde in het verlies van zijn viskraam en inkomen, gevolgd door persoonlijke tegenslagen zoals een scheiding en dakloosheid. Sinds 2018 heeft verzoeker stappen gezet om zijn situatie te verbeteren, waaronder het onder beschermingsbewind stellen en het aanpakken van zijn schulden en verslaving.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker momenteel fulltime werkt en geen nieuwe schulden heeft gemaakt, behalve twee incidentele schulden door ongelukkige omstandigheden. De financiële situatie is gestabiliseerd en verzoeker heeft de bepalende omstandigheden onder controle gekregen. Daarom besloot de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP toe te wijzen met toepassing van de hardheidsclausule, mits verzoeker zich houdt aan alle verplichtingen van de regeling.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule voor belastingschulden.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies – enkelvoudige kamer
insolventienummer: C/09/22/30 R
Vonnis van 24 maart 2022
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats],
verzoeker.
1.De beslissing
- De rechtbank spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit over:
[verzoeker]
geboren op [dag,maand] 1985 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [woonplaats].
- De rechtbank stelt vast dat alle gelegde beslagen komen te vervallen.
- De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. A.C.M. Höppener,
en tot bewindvoerder: mr. D. le Pair (Van der Linden C.S.),
Postbus 187
3330 AD Zwijndrecht;
- De rechtbank draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden de post van verzoeker in te zien.
De rechtbank bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
2.Procesverloop
- De verzoeker heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
- De verzoeker is uitgenodigd voor de zitting op 24 maart 2022. Bij die uitnodiging heeft verzoeker ook het WSNP-informatieboekje gekregen.
Op de zitting zijn verschenen:
verzoeker;
- T. Bousema (beschermingsbewindvoerder).
3.Beoordeling van het verzoek
3.1.
De verzoeker kan alleen in de WSNP komen als verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar schulden die in de afgelopen vijf jaar zijn ontstaan. Bij zijn verzoek tot toelating tot de WSNP heeft verzoeker een beroep gedaan op de hardheidsclausule als bedoeld in art. 288 lid 3 FwPro.
3.2.
De rechtbank onderkent dat ten aanzien van het ontstaan van een aantal schulden vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de goede trouw van verzoeker. Dit geldt in het bijzonder voor de schuld aan de Belastingdienst. Verzoeker geeft omtrent deze schuld aan dat deze in 2016 en 2017 is ontstaan. Verzoeker stelt dat zijn ex-partner de administratie heeft weggedaan waardoor hij niet in staat was om de juiste aangiften omzetbelasting en loonheffing in te dienen. Hierdoor zijn aanzienlijke ambtshalve aanslagen en verzuimboetes opgelegd.
3.3.
Verzoeker heeft op de zitting aangegeven dat hij in 2016 door een ernstige ziekte van zijn dochter langere tijd in het buitenland is geweest, waardoor hij zijn zakelijke activiteiten in Nederland heeft verwaarloosd. Dit heeft geleid tot een invordering van zijn viskraam in oktober 2016, waardoor hij zonder werk en inkomen zat. Ook in de privésituatie ging het mis, door een scheiding en het verlies van woonruimte. Na een periode dakloos te zijn geweest heeft verzoeker in 2018 de weg omhoog gevonden. Hij heeft zich gemeld bij [instelling], heeft woonruimte gevonden en zich onder beschermingsbewind laten stellen. Verzoeker heeft sindsdien zijn schulden aangepakt, heeft meerdere banen gehad en ook zijn alcoholverslaving onder controle gekregen.
3.4.
Momenteel werkt verzoeker fulltime. Daarnaast blijkt uit de schuldenlijst dat verzoeker geen recente nieuwe schulden heeft laten ontstaan, met uitzondering van twee nagekomen schulden die het resultaat zijn van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De financiële situatie van verzoeker lijkt te zijn gestabiliseerd. Gelet op de stukken en hetgeen ter terechtzitting is besproken, acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van zijn schulden onder controle heeft gekregen. Een en ander leidt er toe dat de rechtbank met toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 vanPro de Faillissementswet het verzoek zal toewijzen.
3.5.
De verzoeker moet zich houden aan alle verplichtingen van de WSNP, alleen dan kan de WSNP eindigen met de zogenoemde “schone lei”. De verplichtingen staan in het WSNP-informatieboekje.
Deze beslissing is genomen door mr. A.C.M. Höppener, rechter, en uitgesproken op
24 maart 2022 in tegenwoordigheid van Z.C.J. Hitipeuw, griffier.