ECLI:NL:RBDHA:2022:2820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WGA-vervolguitkering en arbeidsongeschiktheid bij fibromyalgie en artrose
Eiseres, voormalig administratief medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fibromyalgie en artrose met diverse klachten. Verweerder kende haar een WGA-vervolguitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na bezwaar en beroep werd het primaire besluit herroepen en aangepast in het tweede besluit, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 53,42%.
Eiseres betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten, waaronder handproblemen en psychische beperkingen. Zij vond dat een gespecialiseerde arts, zoals een reumatoloog, betrokken had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden waren opgesteld en dat het niet noodzakelijk was een reumatoloog te raadplegen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt was en dat de benutbare mogelijkheden adequaat in kaart waren gebracht. De functies die eiseres geacht werd te kunnen vervullen, waren passend binnen haar beperkingen. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit was vervangen door het tweede besluit. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M.M. Kettenis-de Bruin op 31 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaard, waarbij de WGA-vervolguitkering en arbeidsongeschiktheid van 53,42% zijn bevestigd.