Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Servische nationaliteit, kreeg twee terugkeerbesluiten opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid: een met een vertrektermijn van 28 dagen en een met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar. Eiser voerde aan dat hij een lopende verblijfsprocedure in België had en dat zijn gezin daar woont, waardoor hij niet verplicht kon worden de EU te verlaten.
De rechtbank stelde vast dat voorafgaand aan het eerste besluit navraag bij Belgische autoriteiten had plaatsgevonden waaruit bleek dat eiser geen geldige verblijfsvergunning had. De brief van de Belgische advocaat was onvoldoende bewijs van verblijf. Ook bij het tweede besluit was navraag niet tijdig gedaan, wat een zorgvuldigheidsgebrek opleverde. Na alsnog navraag bleek dat eiser wel een aanvraag had ingediend maar geen verblijfsrecht had.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod terecht waren opgelegd omdat eiser niet aan het eerdere terugkeerbesluit had voldaan en geen verblijfsrecht in België had. De stelling dat het gezinsleven in België plaatsvindt, was onvoldoende om het besluit te vernietigen. Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten wegens het zorgvuldigheidsgebrek.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden vastgesteld op €759,-. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 21 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugkeerbesluiten en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard; verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten wegens een zorgvuldigheidsgebrek.