ECLI:NL:RBDHA:2022:283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij afwijzing nieuwe asielaanvraag
Eiseres, een Syrische nationaliteit houdende statushouder, diende op 4 juli 2021 een nieuwe asielaanvraag in. Deze werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 23 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres reeds een geldige verblijfsvergunning asiel bezit, geldig tot 8 november 2022.
Eiseres voerde aan dat haar verblijfsvergunning mogelijk zou worden ingetrokken en dat zij en haar zoon daardoor zonder huisvesting zouden komen te zitten, wat zou leiden tot noodopvang. Tevens stelde zij dat de belangen van haar kind niet voldoende waren meegewogen, waaronder het niet betrekken van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
De rechtbank oordeelde echter dat eiseres geen procesbelang heeft bij het beroep, omdat zolang zij in het bezit is van haar verblijfsvergunning, het beroep tegen de afwijzing van de nieuwe aanvraag haar geen gunstiger verblijfsrechtelijke positie kan opleveren. Daarnaast kan het beroep niet leiden tot het afzien van een mogelijke intrekking of aanspraak op huisvesting, aangezien zij als statushouder reeds recht heeft op huisvesting op grond van de Huisvestingswet 2014.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier Ż.A. Meinert op 14 januari 2022 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar nieuwe asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.