ECLI:NL:RBDHA:2022:2907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens Kinderopvangtoeslag-affaire
De schuldenaar is sinds 28 mei 2019 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). In mei 2021 werd zij door de Belastingdienst aangemerkt als gedupeerde in de Kinderopvangtoeslag-affaire, waarna de Belastingdienst alle schulden in de WSNP-boedel betaalde en een aanvullende vergoeding verstrekte.
Op verzoek van de schuldenaar, die bewust koos voor tussentijdse beëindiging zonder toekenning van de schone lei, heeft de rechtbank de regeling beëindigd. De bewindvoerder ontving een vergoeding en zal de schuldeisers uitbetalen uit de gestorte middelen.
De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar in staat is haar betalingen te hervatten en dat de verplichtingen eindigden op 14 december 2021. De WSNP eindigt formeel bij het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis. De vergoeding van de bewindvoerder werd vastgesteld op € 4.099,50.
Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de WSNP tussentijds op verzoek van de schuldenaar en stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast.