ECLI:NL:RBDHA:2022:2921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van niet aangetoonde identiteit en nationaliteit
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument als verzorgende ouder van een Nederlands minderjarig kind, gebaseerd op het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet ondubbelzinnig kon aantonen. Bureau Documenten (Bdoc) concludeerde dat de geboorteakte waarschijnlijk frauduleus was verkregen, waardoor ook het daarop gebaseerde paspoort geen waarde kon krijgen.
Eiser voerde in beroep aan dat het paspoort echt was en dat de verklaring van Bdoc onvoldoende inzichtelijk en concludent was. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaring van Bdoc voldoende duidelijk en betrouwbaar was en dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de echtheid van de geboorteakte. Een door eiser overgelegde verklaring van de Nigeriaanse autoriteiten werd buiten beschouwing gelaten omdat deze in een andere procedure wordt beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser ook met andere documenten, zoals een verklaring van zijn broer, zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt. Gelet op het ontbreken van ondubbelzinnige bewijsvoering werd de aanvraag terecht afgewezen. Verweerder mocht bovendien van het horen afzien omdat het bezwaar geen kans had op een ander besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aantonen van identiteit en nationaliteit.