ECLI:NL:RBDHA:2022:296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser, voormalig lijndienstbuschauffeur, kreeg aanvankelijk een WGA-loonaanvullingsuitkering na een periode van arbeidsongeschiktheid. Verweerder wijzigde deze uitkering in een WGA-vervolguitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 45 en 55%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek stelde verweerder vast dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 2 april 2021.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie was verslechterd en dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn rugklachten en beperkingen. Hij overlegde diverse medische stukken en stelde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende waren. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken.
De rechtbank stelde vast dat de beperkingen van eiser adequaat waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren binnen zijn belastbaarheid. Het beroep tegen het tweede bestreden besluit, waarin de uitkering werd beëindigd, werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht vanwege de wijziging van het eerste besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de WGA-uitkering per 2 april 2021 wordt ongegrond verklaard.