ECLI:NL:RBDHA:2022:2965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking horeca-vergunning wegens slecht levensgedrag niet rechtsgeldig
De zaak betreft de intrekking van een exploitatie-, drank- en horecavergunning en een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten van een caféhouder in Den Haag. Verweerder trok de vergunningen in op grond van vermeend slecht levensgedrag, gebaseerd op een pakket overtredingen, met name overschrijding van geluidsnormen en enkele veroordelingen door de economische politierechter.
Eiser betwist dat hij slecht levensgedrag vertoont en stelt dat de intrekking disproportioneel is, mede omdat klachten van een bovenbuurman de aanleiding waren. De rechtbank oordeelt dat hoewel verweerder beoordelingsruimte heeft, het voor eiser niet duidelijk en voorzienbaar was dat de gedragingen als slecht levensgedrag zouden worden aangemerkt. De aard van de overtredingen, vooral geluidsoverlast door live muziek, is niet zodanig ernstig dat het voor iedereen evident is dat sprake is van slecht levensgedrag.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de beginselen van rechtszekerheid, zorgvuldigheid en evenredigheid en herroept het primaire besluit. Omdat het café inmiddels is beëindigd, treedt deze uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de horeca-vergunning wegens slecht levensgedrag wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.