ECLI:NL:RBDHA:2022:2978
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod tenuitvoerlegging Marokkaans alimentatievonnis wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Partijen zijn in 1993 in Marokko gehuwd en in 2015 gescheiden door een Nederlandse rechter, waarbij een ouderschapsplan met afspraken over kinderalimentatie is vastgesteld. De man vordert in kort geding een verbod op de tenuitvoerlegging van een Marokkaans vonnis dat hem tot alimentatie veroordeelt, stellende dat de vrouw onrechtmatig handelt door het Marokkaanse vonnis te effectueren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is op de onrechtmatigheidsvordering. De tenuitvoerlegging in Nederland is niet aan de orde, en voor de tenuitvoerlegging in Marokko geldt dat de Marokkaanse rechter en autoriteiten hierover beslissen, tenzij bijzondere omstandigheden misbruik van recht aannemelijk maken.
De rechtbank constateert dat de Marokkaanse rechter op de hoogte was van de Nederlandse beschikking en dat de financiële draagkracht van de man volgens Marokkaans recht anders wordt beoordeeld. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die misbruik van recht aantonen. De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verbod op tenuitvoerlegging van het Marokkaanse alimentatievonnis wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden die misbruik van recht aantonen.