De zaak betreft het beroep van omwonenden tegen het besluit van de burgemeester van Den Haag om nachtontheffingen te verlenen aan twee partycentra. De primaire besluiten verleenden ontheffingen tot 06:00 uur, maar na bezwaar werden deze herroepen en opnieuw verleend tot 05:00 uur met een geldigheidsduur van tien jaar.
Eisers voerden aan dat het beleid en de besluiten in strijd zijn met de vaste gedragslijn en dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar overlast en openbare orde. De rechtbank oordeelt dat het beleid niet in strijd is met hogere regelgeving en dat de belangen van omwonenden voldoende zijn betrokken. De burgemeester heeft beleids- en beoordelingsruimte bij het afwegen van belangen.
Verder is vastgesteld dat de burgemeester op grond van de APV bevoegd is nachtontheffingen te verlenen en dat de verleende ontheffingen niet in strijd zijn met het woon- en leefklimaat of de openbare orde. De rechtbank acht het onderzoek naar overlast en de bibob-controles voldoende en wijst het beroep af. Het besluit is zorgvuldig genomen, ondanks dat het op de laatste werkdag van de waarnemend burgemeester is genomen.