Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. A.L.M. de l’Isle en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M.B. Brouwer naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
- bij de kassa voor die [slachtoffer 4] te gaan staan,
- (hierbij) aan die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp/puntig voorwerp te tonen,
hij, op of omstreeks 20 november 2021 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Aldi ( [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij, op of omstreeks 10 november 2021 te 's-Gravenhage een geldbedrag (van ongeveer 412 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn ( [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] , althans één of meerdere medewerkers van die Albert Heijn, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
hij, op of omstreeks 7 november 2021 te 's-Gravenhage een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn ( [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
3.De bewijsbeslissing
Uit bewijsmiddelen 2 en 3 blijkt verder dat er bloedsporen zaten op diverse glasscherven op de vloer bij de ingang en op ‘een EHBO-doos’ op de toonbank. De bloedsporen op één van die glasscherven en op die EHBO-doos zijn door een verbalisant veiliggesteld. Die sporen zijn vervolgens door het NFI onderzocht en het daarin aangetroffen celmateriaal blijkt te matchen met dat van de verdachte (bewijsmiddel 4).
(i) een zwarte (regen)jas met capuchon, met op de linkerborst in witte letters de tekst “Regatta great outdoors” en op de rechtermouw onderaan (t.h.v. de pols) een wit embleem; (ii) een donkerblauwe joggingbroek met aan de voorzijde, op het rechterbovenbeen, een rood embleem en op de achterzijde, op het rechterbovenbeen in witte letters de tekst “Under Armour”;
(iii) een donkerblauw joggingvest met op de linkerborst hetzelfde rode embleem als op de voorzijde van de joggingbroek; en
(iv) twee zwarte (sport)schoenen met zwarte veters.
Bij dat oordeel neemt de rechtbank ook in aanmerking dat de verdachte voor die opvallende overeenkomsten en – voor zover het gaat om feit 1 – de genoemde herkenningen door verbalisanten, welke omstandigheden op zichzelf en in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kunnen worden geacht voor het bewijs, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven.
éénblikje Red Bull,
toebehorendeaan [slachtoffer 1] heeft weggenomen met het oogmerk om
deze goederenzich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
met geweldbestond uit het:
zetjij het erin,
zetjij het erin!”;
hij op 20 november 2021 te Leidschendam een geldbedrag dat aan Aldi ( [adres] ) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op 10 november 2021 te 's-Gravenhage een geldbedrag van ongeveer 412 euro,
toebehorendeaan Albert Heijn ( [adres] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door
hij op 7 november 2021 te 's-Gravenhage een geldbedrag dat aan Albert Heijn ( [adres] ) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
In het verleden is de verdachte gediagnosticeerd met gedragsproblemen en een licht verstandelijke beperking. Daarnaast blijkt uit dossieronderzoek dat mogelijk sprake is van beperkte oplossingsvaardigheden, dat hij beïnvloedbaar zou zijn en dat hij de gevolgen van zijn handelen niet lijkt te kunnen overzien. Hij is bekend met impulsiviteit. Hierdoor wordt op basis van het onderzoek van de reclassering de kans dat de verdachte opnieuw een geweldsdelict pleegt als hoog ingeschat.
Naast meerdere risicoverhogende factoren zijn er uit het onderzoek geen beschermende factoren naar voren gekomen. De verdachte gaf tijdens het gesprek met de reclassering geen openheid van zaken ten aanzien van zijn sociale netwerk, zijn familieomstandigheden en de onderhavige tenlastelegging. Hij had vóór zijn detentie geen dagbesteding en er is sprake van schulden, waarvoor geen afbetalingsregelingen zijn getroffen.
Zijn huisvesting bij Middin verliep niet zonder problemen, waardoor tijdens een multidisciplinair overleg is besloten dat op dit moment de enige haalbare setting een beschermd wonen project is. De praktische competenties, emotionele vaardigheden en probleemoplossende vaardigheden van de verdachte zijn onvoldoende ontwikkeld om zelfstandig of begeleid te kunnen wonen. Tijdens het onderzoek is er contact geweest met Forensisch wonen van Perspektief. Op voorhand lijkt de verdachte hier terecht te kunnen. Zodra er uitzicht is op het einde van de detentieperiode kan hier een intake volgen. Op basis van het bovenstaande vindt de reclassering een reclasseringstoezicht geïndiceerd.
een laatste kansen zal hem een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, opleggen en daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden stellen. Zij ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de tijd die het vermoedelijk zal vergen om de hulpverlening goed op gang te brengen en effect te doen hebben, aanleiding om een proeftijd van drie jaren vast te stellen.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het in beslag genomen voorwerp
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
- het bij dagvaarding I (met parketnummer 10/140763-21) tenlastegelegde
- het bij dagvaarding II (met parketnummer 09/330753-21) onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde,
42 (tweeënveertig) MAANDEN;
12 (twaalf) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
drie jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederlandop het adres Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;
- zich laat behandelen door Humanitasof een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
- verblijft in Forensisch wonen bij Perspektiefof een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schuldenen het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
zich inspant voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbestedingin de vorm van (vrijwilligers)werk en/of scholing. De veroordeelde geeft de reclassering toestemming om contact te leggen met relevante referenten om dit te verifiëren;
benadeelde partij [slachtoffer 5]toe tot een bedrag van
€ 800,-en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 november 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer 5] ;
betaling aan de Staatvan een bedrag van
gijzelingzal worden toegepast voor de duur van
16 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
teruggave aan Aldi (locatie [adres] te Voorburg)van het op de beslaglijst vermelde voorwerp, te weten een geldbedrag van € 545;
tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot drie maanden, van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 16 februari 2021 onder parketnummer 09/288597-20 opgelegde gevangenisstraf.
18 oktober 2020 om 02:55:55 uur twee personen afhaalrestaurant [slachtoffer 1] binnenkomen door een vernielde ruit in de voordeur. De voorste persoon (verdachte 1) is negroïde, draagt een donkere glimmende jas met capuchon over zijn hoofd, een mondkapje, een lichte broek en zwarte sneakers met witte zolen. Ik zie dat de persoon een kleine zwarte koevoet beet heeft.
A. Bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4
B. Bewijsmiddel ten aanzien van de feiten 1 en 2
C. Bewijsmiddel ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4
relaas van de verbalisant:
rapport:
Op de beelden van 6 december 2021 zag ik een donkergetinte jongeman met een zwarte jas met een opvallend wit logo op zijn linker borst. Op de bewegende beelden is [verdachte] beter te zien. Hierin zie ik dat [verdachte] de winkel binnen komt lopen. Ik zie dat de houding en manier van lopen overeenkomt met de beelden uit de andere zaken. Ik kan omschrijven dat de jas er precies hetzelfde uitziet.