De officier van justitie verzocht op 21 maart 2022 om voortzetting van een crisismaatregel die op 20 maart 2022 was opgelegd aan betrokkene, een man geboren in 1975 met een bipolaire stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats op 24 maart 2022, waarbij betrokkene, zijn advocaat en een arts werden gehoord. Betrokkene betwistte de noodzaak van de maatregel en gaf aan geen medicatie te willen.
De arts stelde dat betrokkene zich in een manische episode bevindt met impulsief en agressief gedrag, en dat voortzetting van de maatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische en financiële schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid.
De rechtbank wees de door de advocaat aangevoerde vormen van verplichte zorg, zoals beperkingen in vrijheid en andere medische handelingen, af omdat deze niet noodzakelijk zijn. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, met maatregelen zoals toediening van medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel is evenredig en gericht op het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk leven en de veiligheid van betrokkene. Tegen de beschikking staat cassatie open.