Verzoeker, een bijstandsontvanger, kreeg een maatregel opgelegd waarbij zijn bijstandsuitkering per 1 maart 2022 voor twee maanden met 100% werd verlaagd wegens het niet verschijnen bij een verplichte afspraak bij RC Westland. Verzoeker stelde dat hij vanwege lichamelijke klachten in Turkije verbleef en dit tijdig had gemeld, maar geen toestemming had ontvangen van verweerder.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoeker zonder geldige toestemming niet was verschenen en dat hem dit verweten kon worden. Verzoeker had geen bewijs geleverd van een medische noodzaak voor zijn verblijf in Turkije. Omdat het om een recidive ging, was de maatregel passend en rechtmatig.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het spoedeisend belang weliswaar aanwezig was, maar het bezwaar naar verwachting ongegrond zou zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.