Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van29 maart 2022 in de zaken tussen
[eiser] BV, gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: B.A.J. van der Meij),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
drs. [A] en mr. [B] verschenen.
Beslissing
Overwegingen
€ 579.538 en € 30.620 (de verliezen).
23 augustus 2014 (2012) aangemerkt als houdsterverliezen in de zin van artikel 20, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst voor de onderhavige jaren, hierna: Wet Vpb).
€ 86.290 verrekend met de winst van 2018. In beide aangiftes heeft eiseres aangegeven dat in de betreffende jaren sprake is van normale winst (niet-houdsterwinst).
€ 17.230 (2017) en € 1.755 (2018) aan belastingrente in rekening gebracht.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2022.