ECLI:NL:RBDHA:2022:3217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbevel naar Polen wegens vermeende drugshandel niet-ontvankelijk verklaard
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende persoon, werd in november 2020 in Nederland aangehouden op verdenking van drugshandel. Na detentie werd hem een terugkeerbevel naar Polen opgelegd, dat hij heeft uitgevoerd. Eiser betwistte het bevel en stelde dat er ten tijde van het besluit onvoldoende bewijs was voor het strafbare feit en dat hij geen gevaar vormde voor de openbare orde.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 maart 2022 en stelde vast dat eiser het terugkeerbevel al had uitgevoerd en dat de signaleringstermijn van zes maanden was verstreken. De rechtbank onderzocht of er nog sprake was van een actueel en reëel belang bij de inhoudelijke behandeling van het beroep.
Hoewel eiser stelde dat het terugkeerbevel hem zou kunnen belemmeren bij een toekomstige terugkeer naar Nederland, vond de rechtbank dat dit onvoldoende was onderbouwd. Er was geen concreet voornemen van eiser om Nederland opnieuw binnen te komen en geen schade was aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat het procesbelang ontbrak en dat zij daarom niet hoefde te oordelen over de rechtmatigheid van het terugkeerbevel. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbevel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van actueel en reëel procesbelang.