ECLI:NL:RBDHA:2022:3240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs werkzaamheden voor politieke partij en familieband
Eiser, een Ivoriaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vermeende vervolging vanwege werkzaamheden voor zijn vermeende oom, een voormalig minister en partijvoorzitter van een politieke partij in Ivoorkust. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij familie was van deze politicus en voor hem of de partij had gewerkt.
In beroep stelde eiser dat hij contact had met zijn oom en voor hem en de partij social media beheerde en vertrouwelijke dossiers publiceerde. Hij overhandigde screenshots en e-mails ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken niet authentiek konden worden vastgesteld en dat eiser vaag en tegenstrijdig had verklaard over zijn werkzaamheden en relatie met de politicus.
Verder vond de rechtbank de verklaringen van eiser over zijn gevangenneming, martelingen en psychische problemen onvoldoende onderbouwd met medische stukken. Verweerder had daarom geen aanleiding om uitstel van vertrek te verlenen of medisch onderzoek te laten verrichten.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij risico loopt bij terugkeer en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard.