Uitspraak
Rechtbank den haag
[handelsnaam eiser], te [plaats] ,
1.Riskman B.V. te Apeldoorn,
de Staat der Nederlanden(het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, meer specifiek het Rijksvastgoedbedrijf),
Rechtbank Den Haag
Eiser verrichtte sinds april 2021 werkzaamheden als Technisch Manager via Riskman voor het Rijksvastgoedbedrijf. De overeenkomst van opdracht tussen Riskman en het Rijksvastgoedbedrijf en tussen Riskman en eiser was voor één jaar met optie tot verlenging. Het Rijksvastgoedbedrijf beëindigde de opdracht tussentijds met inachtneming van een opzegtermijn van een maand, welke door de voorzieningenrechter als redelijk werd beoordeeld.
Eiser vorderde wedertewerkstelling, doorbetaling van loon, betaling van een opzegvergoeding en schadevergoeding voor niet uitbetaalde uren. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten rechtsgeldig zijn beëindigd en dat de redelijkheid en billijkheid geen aanleiding geven tot verlenging van de opzegtermijn. De vorderingen tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon werden daarom afgewezen.
De vordering tot vergoeding van gewerkte uren boven de afgesproken 36 uur per week en uren na het einde van de overeenkomst werd eveneens afgewezen, omdat het contract op dat moment was geëindigd en eiser op de hoogte was van het einde van de opdracht. De opzegvergoeding die het Rijksvastgoedbedrijf aan Riskman had betaald, moet Riskman aan eiser doorbetalen onder inhouding van de gebruikelijke fee, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De proceskostenverdeling werd vastgesteld waarbij eiser de kosten van het Rijksvastgoedbedrijf draagt en ieder zijn eigen kosten draagt in de verhouding tussen eiser en Riskman.
Uitkomst: De vorderingen tot wedertewerkstelling, doorbetaling en schadevergoeding worden afgewezen, maar Riskman wordt veroordeeld tot betaling van de opzegvergoeding aan eiser.