ECLI:NL:RBDHA:2022:3321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing extra reiskostenvergoeding studiefinanciering voor student woonachtig in België
Eiser, woonachtig in België en studerend in Nederland, diende een aanvraag in voor een extra reiskostenvergoeding studiefinanciering voor de periode van 24 augustus 2020 tot en met 31 oktober 2020. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiser volgens de reisplanner zijn onderwijsinstelling tijdig kan bereiken en ook weer thuis kan komen met het openbaar vervoer.
Eiser voerde aan dat hij vaak niet tijdig op school kon komen vanwege slechte aansluitingen en lange reistijden, en dat de aanvraag jaarlijks opnieuw moet worden ingediend wat onredelijk is. Tevens stelde hij dat zijn zus wel een extra vergoeding ontving, wat volgens hem in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten minste twaalf dagen per maand niet tijdig kan reizen. De lange reistijd en het moeten lopen worden niet als bijzondere omstandigheden erkend. Ook is het jaarlijks opnieuw indienen van de aanvraag niet onredelijk. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de zus van eiser een opleiding in België volgde en een andere regeling geldt voor studenten in het buitenland.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de extra reiskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor extra reiskostenvergoeding.