Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Amayry(ECLI:EU:C:2017:675) en de daarop gebaseerde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 14 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:735).
ruimschootsoverschrijdt. Daarbij kan een termijn van twee maanden, gelet op de beoordelingsmarge van de lidstaten, niet als buitensporig worden beschouwd, maar een termijn van drie maanden of meer wel. Relevante factoren voor de vraag of de duur van de bewaring van den Dublinclaimant gerechtvaardigd is, zijn met name het eventuele stilzitten van verweerder en de mate waarin de vreemdeling zelf aan die duur heeft bijgedragen.
acte éclairé), ziet de rechtbank geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU (vgl. het arrest van het HVJ EU van 6 oktober 1982 in de zaak
Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335).