ECLI:NL:RBDHA:2022:3337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard tegen verplichte opname, ongegrond tegen dwangmedicatie; schadevergoeding toegekend
Verzoeker diende een klacht in tegen de beslissingen van de zorgverantwoordelijke omtrent verplichte zorg in de vorm van opname en dwangmedicatie. De zorgmachtiging was verleend tot 18 juni 2022, waarbij onder meer opname en medicatie waren toegestaan. Verzoeker stelde dat opname onnodig was en dat er geen overleg had plaatsgevonden voorafgaand aan de beslissingen.
De rechtbank oordeelde dat de verplichte toediening van medicatie proportioneel en noodzakelijk was, gezien het ernstig nadeel door de psychische stoornis van verzoeker. De medicatie was doelmatig en conform professionele standaard. De klacht tegen dwangmedicatie werd daarom ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de opname concludeerde de rechtbank dat de zorgverantwoordelijke onvoldoende had getoetst aan de actuele gezondheidstoestand en onvoldoende had geprobeerd overleg te plegen met verzoeker. De opname was gebaseerd op een enkele mededeling van een familielid, zonder directe communicatie met verzoeker. Daarom werd de klacht tegen opname gegrond verklaard.
De rechtbank kende verzoeker een schadevergoeding toe van €600 voor de periode van acht dagen onvrijwillige opname tot aan het indienen van de klacht. De beschikking werd gegeven door rechter Engbers en griffier Muller-van Leeuwen op 18 maart 2022.
Uitkomst: Klacht tegen verplichte opname gegrond verklaard met schadevergoeding van €600, klacht tegen dwangmedicatie ongegrond.