Scheidingswijze exploiteert een website voor echtscheidingscliënten en hulpverleners. Verzoekster, een mediator, werd lid en sloot een tweejarige overeenkomst, die zij opzegde en verzocht haar persoonsgegevens van de website te verwijderen. Scheidingswijze weigerde aanvankelijk dit verzoek, ondanks de opzegging en het verzoek tot verwijdering.
Verzoekster diende daarop een verzoekschrift in op grond van de AVG om verwijdering af te dwingen. Scheidingswijze stelde dat zij gerechtigd was de gegevens te blijven gebruiken vanwege de overeenkomst, maar verwijderde de gegevens pas na het verzoekschrift. Verzoekster trok vervolgens haar verwijderingsverzoek in, maar vorderde vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat Scheidingswijze aansprakelijk is voor de proceskosten omdat zij pas na het verzoekschrift aan het verwijderingsverzoek voldeed. Het geschil over het lidmaatschapsgeld kan in een andere procedure worden behandeld. Scheidingswijze kon niet zonder toestemming van verzoekster de persoonsgegevens blijven gebruiken. De rechtbank veroordeelde Scheidingswijze tot betaling van het griffierecht van €309, zonder verdere kostenveroordeling omdat verzoekster geen advocaat had ingeschakeld.